Menschenmenge

Menschenmenge

Het was hem dankzij een kaarten-app gelukt de boekwinkel te vinden, want alles was hier groter, schreeuweriger en ook een beetje enger dan in Leipzig, vond Erhard Bäumler, die nog nooit eerder in Amerika was geweest. De mensen paradeerden hier alsof het pauwen waren. Pronkend en zelfingenomen. Zelfs de daklozen en junkies leken zonder schaamte hun brood bij elkaar te bedelen. Het was écht zoals in de films, had hij wel zes keer in zichzelf gefluisterd op weg naar hier.

In de boekwinkel was het gek genoeg rustig, voor zover hij van buitenaf door de beslagen ramen kon zien. Vrij weinig van Bills fans wisten natuurlijk dat Bill tegenwoordig schrijver was, en als ze het wisten waren ze misschien helemaal niet geïnteresseerd. De literaire wereld was er eentje van veel minder aanzien en het was hoog tijd dat iemand dat eens aan hem duidelijk zou maken. Erhard plukte een half herfstblad van zijn schoenen en gooide het in de daarvoor bestemde prullenbak aan de overkant van de straat.

Toen hij de boekwinkel binnenstapte rinkelde er een belletje, precies zoals dat ook in de films gaat. Een medewerker glimlachte vriendelijk naar hem en dankzij de mensenmassa op de verhoging naast de kinderafdeling wist Erhard dat het al begonnen was. Hij ademde diep in. De zenuwen die hij voelde verraste hem. Hij kwam hier enkel voor zaken. Toch was er een lichte spanning merkbaar, een soort trilling, bij het idee dat ze elkaar na al die jaren nu eindelijk zouden gaan ontmoeten.

Hij sloot niet aan achter in de rij maar liep meteen naar de mevrouw in het casual mantelpak, die óf een medewerker van de winkel moest zijn of in een bepaalde hoedanigheid met Billy Magnolia was verbonden.

‘Goedemiddag,’ zei Erhard zonder zijn Duitse accent hoorbaar te willen maken. ‘Erhard Bäumler, u hebt wellicht van me gehoord. Ik heb u via de mail op de hoogte gebracht van een zakelijk voorstel dat ik heb. Voor meneer Magnolia.’

De vrouw, die hoogstwaarschijnlijk een assistente was, keek hem vragend aan en tikte wat op een tablet dat op haar linkeronderarm ruste. ‘Hmm, ik ben niet op de hoogte van een afspraak, meneer Bowler,’ zei ze.

‘Bäumler,’ herhaalde Erhard en zuchtte opgelaten. De dame die op dat moment vooraan in de rij voor het signeren stond lachte hysterisch en zowel Erhard als de assistente keken haar richting uit. Bill schoof met een plagende blik in zijn ogen het zojuist gesigneerde boek over de tafel naar voren. Hij is precies zoals in de films, dacht Erhard. Speels, brutaal, jung geblieben. De vrouw in het casual mantelpak schraapte haar keel en Erhard herpakte zichzelf.

‘Ja. Ik heb toch écht gemaild,’ zei hij.

‘U heeft een afspraak gemaakt?’

‘Nee, dat niet.’ Erhard vouwde zijn handen in elkaar en de vrouw drukte haar boventanden op haar onderlip. ‘U bent vrij om achter in de rij te sluiten.’ Ze begon weer op de tablet te tikken. Erhard deed wat hem gevraagd werd, want gedoe was niet nodig. Bill en hij waren immers collega’s.

De eerste blik die Bill op hem wierp toen hij eindelijk aan de beurt was, was een vragende. Erhard was inderdaad de enige man in de boekhandel op dat moment en zag er niet uit als een van die mannen die geïnteresseerd zouden zijn in de details van Bills persoonlijke leven die in de roman werden tentoongespreid. Ze hadden Bills boek in de markt gezet als een komische thriller in de stijl van James Bond, maar tijdens interviews had Bill keer op keer weer nadruk gelegd op het autobiografische karakter van het verhaal want zowel Bill als zijn creatieve team wisten dat hij het vooral moest hebben van zijn bekendheid als actieheld en hartendief.

‘Lass es mich so ausdrücken: Wir kriegen die Bombe nicht aus dem Zug heraus, also müssen wir wohl oder übel den Zug von der Menschenmenge wegbewegen!’ zei Erhard uitgelaten en Bill pakte zonder blikken of blozen een boek van de stapel om hem vervolgens routineus op de eerste pagina te openen.

‘Duitser dus?’ vroeg hij met een glimlach. ‘Ik spreek geen Duits ben ik bang.’

Billy Magnolia was ouder geworden, maar goed, dat was Erhard ook. Erhard was echter nooit gezegend met de looks van Bill Magnolia, wiens botstructuur, zelfs nu hij de de vijftig was gepasseerd, deed denken aan quarterbacks en onderbroekmodellen. Toen Erhard veertig werd was hij zonder enig teken van afremmen snoeihard de aftakeling ingedoken en was alles wat hem voorheen nog bijval had opgeleverd op het gebied van uiterlijkheden gaan hangen, zakken, groeien of verdiepen. Als Bill van zoiets überhaupt al last zou hebben, dan had de botox dat leed weten te verzachten. ‘Voor wie mag ik het boek signeren?’ vroeg hij vriendelijk.

‘Uhm, nee,’ zei Erhard, van zijn apropos gebracht door het falen van zijn introductie. ‘Ik hoef geen boek, dankuwel.’ Hij opende de rits van de sporttas die om zijn schouders hing. ‘Ik heb een voorstel voor u.’

Bill legde zijn pen neer en keek vragend naar de assistent in het casual mantelpak die net zo vragend terugkeek, naar de tafel liep en Erhard zachtjes bij zijn schouder vastpakte. ‘Sorry meneer, maar meneer Magnolia is hier alleen om te signeren. Voor andere zaken kunt u het management bereiken.’

‘Dat heb ik al gedaan en daarom ben ik hier,’ zei Erhard gehaast. De dames in de rij begonnen te smiespelen en trokken oprecht beledigde blikken, alsof Erhard zojuist een heilig Azteeks opofferingsritueel had onderbroken. De assistente duwde dwingend in zijn rug maar Erhard was hier niet helemaal voor niets naartoe gekomen.

‘Ik ben u!’ riep hij een beetje te hard in de richting van de actieheld op leeftijd. De smiespelaars vielen stil, maar vanuit alle hoeken kwamen bewakers zijn richting in gelopen. ‘In Duitsland, bedoel ik,’ voegde Erhard toe. Bill zei niets, maar hij keek ook niet weg. ‘Mijn naam is Erhard Bäumler. Ik synchroniseer u na, meneer Magnolia! We hebben elkaar nooit ontmoet maar ik ben uw stem in alle films die in Duitsland worden ingesproken, snapt u?’

Eén van de medewerkers duwde hem naar achteren en de ander maande hem zonder hem aan te kijken rustig de boekhandel te verlaten.

‘Het is al goed,’ zei Bill Magnolia luid terwijl hij opstond. De bewakers bleven als bevroren op hun plek staan en iedereen keek op naar de goddelijke acteur, die hen vanaf de verhoging naast de kinderafdeling leek toe te spreken als een soort Mozes. Hij kwam achter de signeertafel vandaan, legde een hand op de schouder van de bewakers en keek Erhard amicaal aan.

‘Ik zal zo na het signeren even luisteren naar uw voorstel, meneer Palmer,’ zei hij op de toon die Erhard als geen ander kende. Exact op die melodie die hij zo vaak had weten na te bootsen en met die lichte, bijna niet op te merken pauze in het midden van lange zinnen als deze. Erhard knikte en glimlachte breed naar een jaloers kijkende huisvrouw.


‘Ik begon in ’86 met Unhinged, die in ons taalgebied Der Kunde wordt genoemd,’ zei Erhard. Hij knipperde gehaast met zijn ogen. ‘Daarna de Brock Tyler films en natuurlijk alle delen Force Blunt.’ Hij legde zijn zweethanden op zijn benen. Het zachte herfstlicht scheen op de steeds grijzer wordende slapen van Bill Magnolia, die aandachtig luisterde. ‘Ik kan me voorstellen dat het een heel… ander soort vak is. Nasynchronisatie.’

‘Zeker! Ja, zeker!’ Erhard stem trilde, maar dat wilde hij niet laten merken. ‘Ik ben een multi-tasker, hè, zeg ik altijd gekscherend. Je leeft je niet alleen in in het personage, maar moet ook letten op tijdcodes en intonatie. En niet te vergeten synchroniciteit. Dat het klopt op de bekjes.’

‘Bekjes.’ Bill glunderde terwijl hij een slok van zijn koffie nam. Toen leunde hij geamuseerd naar achter en legde zijn ene been over het andere. ‘En je hebt al mijn films gedaan?’

Force Blunt 1 tot en met 5. The Hiker, Drive Interrupted. Zelfs Dino Daddy en de Brock Tyler films!’

Bill lachte. ‘Dino Daddy!’ Hij schudde zijn hoofd en groef wat met zijn pink in zijn rechteroor. ‘Niet mijn beste werk. In de jaren negentig wilden we allemaal comedy-acteurs zijn.’ Hij lachte hartelijk en Erhard lachte hartelijk mee. ‘Ik niet, maar ik moest dus wel,’ zei hij.

Even was het alsof ze broers waren die elkaar sinds hun jeugd niet meer hebben gezien. Zoveel tijd gemist en inmiddels zulke verschillende levens maar nog steeds met elkaar verbonden.

Als het aan de Duitsers lag was Erhard Bäumler Bill Magnolia. Zijn geoefende stem was onlosmakelijk verbonden met de gelaatstrekken van Bill. Soms vroeg Erhard zich af of er eigenlijk iemand was die Bills gezicht beter kende dan hij. Zijn twee huwelijken hadden allebei korter standgehouden dan zijn filmcarrière en Erhard had meer dan genoeg tijd gehad om zich dat gezicht eigen te maken in die kleine donkere opnamehokjes waar hij zijn dagen doorbracht. Hij kon uittekenen hoe Bills bovenlip opkrulde als hij lachte, hoe zijn nek strak trok als hij boos was. Ze hadden zo vaak op hetzelfde moment gesproken dat Bills gezicht voor Erhard soms voelde als dat van hemzelf. Alsof hij deels eigenaar was, in een bizar soort rechtenverdeling die alleen in de filmbusiness voorkwam. Bills successen waren de zijne en Bills beste werk had hem tot zijn beste werk gebracht. Het had uiteindelijk een bepaalde poëtische ironie, dat Bills carrièreswitch het einde van Erhards carrière had betekend.

‘Je zal m’n kop inmiddels wel beu zijn,’ zei Bill met geknepen ogen terwijl hij het herfstlicht inkeek. Erhard kon het niet laten te gniffelen, want dat voelde als een compliment. Een soort geheim onderonsje dat alleen zij deelden. Hij en de Hollywoodacteur.

‘Ben je blij dat ik nu een ander publiek ben gaan lastigvallen?’ Billy lachte, maar Erhard zei niks. In plaats daarvan greep hij naar de sporttas op de zetel naast hem en haalde er een stapel papieren uit. ‘Nou, we weten allebei dat Force Blunt 5 kwalitatief niet zo goed was,’ begon hij. Bill trok zijn wenkbrauwen omhoog en legde zijn armen afwachtend op de leuning van de bank waarin hij zat. Erhard schoof zijn stoel een beetje dichter aan. ‘Toch? Rommelig plot, ongeïnspireerde regie, slechte dialogen…’

Het duurde even voordat Bill reageerde. ‘Ik weet niet of ik het zo zou verwoorden,’ zei hij. ‘Maar ja, er is een reden waarom ik er destijds mee gekapt ben.’

‘Maar er zijn toch nog een hoop onbeantwoorde vragen.’ Erhard schoof het pak papier zelfverzekerd voor Bill’s neus. ‘Ik heb in m’n vrije tijd wat rondgeneusd op de forums en waar de mensen het meeste mee in hun maag zitten is de vraag of Jack en Cynthia elkaar na Mumbai nou wel of niet uit het oog verloren zijn.’

Bill begon hardop te lachen. Alsof hij Erhard op een grap betrapte. Maar Erhard was hier niet naartoe gekomen om grapjes te maken. Hij richtte zijn blik op het script. ‘Het einde van deel vier was nogal lukraak en een hoop vraagtekens zijn niet ingelost in deel vijf dus daarom ben ik zelf wat aan de gang gegaan. Zie hier…’

Bill ademde diep in, keek schuchter om zich heen en boog zich over het script als een hond die probeert te schuilen voor zijn baasje nadat hij de afstandbediening kapot gebeten heeft. Erhard praatte op hoge toon verder. ‘Mijn voorstel voor Force Blunt 6 is wat maatschappijkritischer en richt zich voornamelijk op de relatie tussen Jack en Cynthia en het trauma dat hen achtervolgt. Na het hele Mumbai gebeuren. Ik heb me vooral toegelegd op hun dynamiek en iets minder op het actie-element van voorgaande films. Al met al een wat gebalanceerder filmscript, met een vleugje Woody Allen.’

Nu was het Erhards beurt om achterover te leunen. In de lange stilte die volgde zag hij flitsen van zijn geesteskindje op het witte doek. Een première die hij dit keer wel mocht bijwonen, zijn naam op de filmposter. Al was het hem natuurlijk niet om de faam te doen.

Het duurde verbazend lang voordat Bill het woord nam. Hij bladerde laconiek door de pagina’s van het script, waarschijnlijk om zijn toekomstige onderhandelingspositie kracht bij te zetten, en keek toen met een serene blik naar Erhard.

‘Eigenlijk vind ik dat jij deze rol zou moeten spelen,’ zei hij vervolgens. ‘Deze nieuwe, verbeterde Jack Killman.’

‘I-Ik?’ stamelde Erhard en hij voelde de rest van zijn voorstel, waarop hij de hele vliegreis had gerepeteerd, in elkaar donderen. ‘Waarom… waarom ik?’

‘Je bent toch acteur?’ Bill leunde achterover en nam langzaam een slok van de koffie waar inmiddels geen damp meer vanaf kwam.

‘Nee, ja. Jawel,’ ratelde Erhard snel en hij slikte slijm weg. ‘Ik ben een stemacteur, en dat is een vorm van acteren. Absoluut.’

‘Misschien nog wel lastiger dan camera-acteren?’ vroeg Bill en Erhard slikte. Hij haalde langzaam zijn schouders op. ‘Ik… nou ja, dat wordt in de wandelgangen weleens gezegd.’

‘Nou, dan denk ik dat het jouw tijd is om de rol van Jack Killman op je te nemen.’

Toen was het stil. Het leek alsof de luchtdruk in de ruimte ineens was veranderd. Alsof het licht anders was gaan schijnen. Het enige echte acteerwerk dat Erhard in de laatste tien jaar had gehad was een bijrol in een inmiddels gecancelde soap. Maar als student had hij flink wat zalen weten te betoveren met zijn kunsten. Hij dacht aan wat Jack Killman zei in Force Blunt 3: ‘Es ist nie zu spät für eine zweite Chance.’

‘Oké dan, maar ik twijfel even… lichtelijk… of het publiek dat gaat pikken, snap je?’ zei hij toen. ‘Jij bent toch Jack Killman, Bill.’

‘Wie is hier de baas?!’ riep Bill en een aantal mensen keek om. ‘De makers of het “publiek?”’ Hij gebaarde aanhalingstekens in de lucht. Erhard antwoordde niet maar ze dachten waarschijnlijk allebei hetzelfde.

Bill ademde diep in en kantelde zijn hoofd. Hij leek Erhard nu van top tot teen te inspecteren. ‘Maar dan zul je wel een beetje beter in vorm moeten komen, Airheart,’ zei hij met oprechte zorg in zijn stem. Erhard voelde zweet op zijn slapen verschijnen terwijl hij haastig knikte. ‘Ja ja, dat klopt. Het is de laatste tijd wat verwaarloosd maar dat… Nee, dat moet geen probleem zijn.’

‘Tenzij je denkt dat dat een probleem gaat zijn?’

‘Nee, absoluut niet, Bill,’ zei Erhard en hoopte dat zijn jaren van verslonzing hem im entscheidendes Moment niet in de weg zouden zitten. Hij knipperde een aantal keer met zijn ogen.

‘Oké, oké. Ik geloof je,’ zei Bill en hij legde zijn hand op Erhards schouder.

Het was vooral die hand die Erhard overhaalde. Hij had Bill altijd al als een soort vriend gezien. Alsof ze in hetzelfde schuitje zaten, het nou eenmaal met elkaar moesten doen. Hij was hierheen gekomen omdat hij zeker was van zijn voorstel, maar ergens… ja, ergens had hij rekening gehouden met tegenwerking. Of misschien wel met falen? Het was de laatste jaren zo lastig geweest om werk te krijgen. Zo zwaar, zo vermoeiend. Hij was zo gewend geraakt aan hoge bergen waarvan hij de top amper haalde dat deze kans, hoe zeer hij die ook verdiend had, bijna wonderlijk leek.

Toen keek hij naar Bill en kon hij zichzelf wel voor z’n kop slaan. Hij zat niet zomaar tegenover iemand, hij zat tegenover Bill Magnolia. Zijn Komplize, zijn partner in crime. Natuurlijk ging het zo. Natuurlijk.

‘Ja. Hoe meer ik erover nadenk, hoe meer ik het ook wel voor me begin te zien,’ sprak Erhard kalm. Bill knikte. Langzaam, als een ouder die zijn kind zelf tot inzicht wil laten komen. ‘Als ik het kan, waarom jij dan niet?’ zei hij met een knipoog.

En daarin had Bill gelijk. Erhard was een getraind acteur. Het fysieke verschil in hun werk was slechts een verschil in nuance. Achter een microfoon of op een brandende trein die een mensenmassa inrijdt. Acteren is acteren.

‘Heb je een kaartje?’ vroeg Bill en hij zette de koffiekop na zijn laatste slok resoluut op tafel. Erhard rommelde wat in zijn sporttas, maar wist het antwoord natuurlijk al. Wat zou goed klinken?

‘Allemaal op,’ zei hij uiteindelijk terwijl hij zijn schouders ophaalde. Bill lachte hartelijk. ‘Natuurlijk, je hebt het vast druk, hier in L.A.’ Hij duwde Erhard plagerig tegen zijn schouder en Erhard gniffelde als een gevleid kind. Daarna schreef hij zijn telefoonnummer en huisadres op een servet.

‘Ik ga je bellen,’ zei Bill. ‘Maar nu moet ik gaan want… Nou ja, je weet hoe die dingen gaan.’

Erhard lachte want dat wist hij inderdaad. Ze stonden allebei op. Bill neuriede en stak zijn hand uit. Erhard schudde hem. ‘Jij belt mij, hè?’ vroeg hij op een iets minder zekere toon dan hij had gewild.

‘Absoluut,’ zei Bill en hij knikte vol vertrouwen. De deal was rond. Nu was het slechts een kwestie van afwachten.


Op het vliegveld had Erhard geen behoefte om zich in te houden en kocht hij drie peperdure geurtjes en een zilveren armband, die volgens de verkoopster helemaal de laatste mode was, ook voor mannen van zijn leeftijd.

Het eerste halfjaar was het moeilijkst. Erhard had het al zijn vrienden en collega’s verteld. Hij had opgeschept bij vreemden en hij had het terloops laten vallen wanneer hij kon. In de boost van zelfvertrouwen was hij weer aan het daten geslagen en had hij twee sportabonnementen aangeschaft, één voor Zumba groepslessen en eentje voor een bootcamp. Zijn telefoon liet hij zelfs aan tijdens de opnames van de schreeuwerige tekenfilms waar hij sporadisch rolletjes in had, ook al had hij menig collega die dat deed in de jaren daarvoor aan de publiekelijke schandpaal genageld.

Hij was in de zomer die volgde niet op vakantie geweest uit angst voor ongunstige connecties en hij had uiteindelijk een stuk of twaalf voicemails achtergelaten bij Bills management, ook al wilde hij niet ongeduldig overkomen. Tijdens zijn moeders begrafenis in de winter had hij zijn speech na drie zinnen af moeten kappen omdat hij zijn telefoon had voelen trillen in zijn broek. Telemarketeer.

Erhard had een hekel gekregen aan Bill Magnolia. Tijdens een sneeuwstorm in Februari had hij Bills hele filmrepertoire nog eens herbekeken en was hij tot de conclusie gekomen dat Bill Magnolia heftig overschat werd. Erhard begon zich ineens te irriteren aan die pauzes in het midden van lange zinnen en die eeuwig omhoog krullende mondhoeken. Alleen in de Duitse versie bleef het script nog min of meer overeind. Alleen in het Duits kwam Jack Killman écht uit de verf.

Het was twee jaar later en hoogzomer, toen Erhard langs een klein boekhandeltje in Leipzig liep en zijn oog op de kaft van een verhalenbundel in de etalage viel. Onder een illustratie van een actieheld stond in sierletters geschreven: De stemacteur en andere verhalen.